zaterdag 1 oktober 2016

Forster wilde stoppen met Quantum

Marc Forster wilde zich in 2008 terugtrekken als regisseur van Quantum of Solace, zegt hij deze week tegen Collider. Reden is de al vaker genoemde schrijversstaking, waardoor de 22e Bond-productie het moest doen met een onafgerond filmscript.


 
"Ron Howard stopte tijdelijk met Angels & Demons, dus ik dacht, ik moet ook stoppen", herinnert de Bond-regisseur zich. "Maar iedereen zei: we moeten een film maken, de staking is zo weer over, begin maar alvast met wat we hebben. En ondertussen naderde de deadline..."

Forster ging toch door met de opvolger van Casino Royale. "Als in het ergste geval de staking voortduurt, maak ik er gewoon een jaren 70 wraakfilm van, dacht ik. Met heel veel actie, heel snel aan elkaar gemonteerd om te maskeren dat er zoveel actie in zit, en zo min mogelijk verhaal. Om het allemaal te verhullen."


De staking ging inderdaad door en Forster en hoofdrolspeler Daniel Craig bogen zich over het script. "Eigenlijk was het gekkenwerk. Je staat onder enorme druk. Het gaat om een Bond-film en het gaat om de opvolger van Casino Royale. In mijn optiek gebaseerd op het beste boek dat Ian Fleming ooit heeft geschreven en de beste Bond-film in een lange tijd."


"Het script was goed, het verhaal was goed, de film heeft een emotionele lading met name als Vesper doodgaat, in dat zinkende huis, het was gewoon heel goed gedaan", aldus Forster over Casino Royale (2006). "Dan krijg je dus een opvolger, gemaakt met een onaf script en geen boek om je op te baseren. Daarbij hadden we maar vijf of zes weken voor de eindmontage. (...) Als het allemaal niet zou lukken, ben ik de verantwoordelijke. Ik heb echt gedacht: kom ik hierna nog aan de bak..."


"Uiteindelijk ben ik best tevreden met het eindresultaat", aldus de regisseur van Quantum of Solace. "Nu, acht jaar later, merk ik dat de film meer en meer gewaardeerd wordt. De film was al hartstikke succesvol toen ie uitkwam en ik denk dat hij in de loop der jaren alleen maar populairder is geworden."

vrijdag 30 september 2016

'Craig nog steeds in running voor Bond 25'

Ondanks berichten dit jaar dat Daniel Craig zijn Walther PPK na tien jaar aan de wilgen zou hangen, is hij volgens Callum McDougall, uitvoerend producent van de Bond-films, nog steeds de nummer één op het lijstje van producenten Barbara Broccoli en Michael G. Wilson. Dat zei McDougall vandaag in het BBC-radioprogramma Today.



Over een mogelijk aftreden van de viervoudig James Bond wordt al tijden lang gespeculeerd. Maar zolang er geen nieuwe Bond-film op stapel staat, MGM lijkt in ieder geval geen haast te hebben, is er geen oude of nieuwe James Bond nodig.

Het producentenkoppel heeft nooit onder stoelen of banken gestoken Craig graag te willen behouden voor de komende films. Zijn derde Bond-film Skyfall werd de Bond-film die in vijftig jaar het meeste geld binnenbracht.

vrijdag 23 september 2016

James Bond miniposters

Illustrator Ibrahim Moustafa brengt deze maand op Twitter een reeks unieke James Bond-illustraties uit in de vorm van miniposters. Begonnen bij de films met Daniel Craig in de hoofdrol is hij inmiddels bij Moonraker beland. Te fraai om te laten liggen. Bezoek zijn site of nog beter zijn Twitter-pagina voor meer moois.





donderdag 15 september 2016

Nieuwe Young Bond heet Red Nemesis

Het nieuw te verschijnen Young Bond-boek van Steve Cole gaat Red Nemesis heten. Dat meldt The Book Bond. Het boek komt op 4 mei 2017 uit en zal Coles vierde en laatste Young Bond zijn.


Voor de Young Bond-reeks schreef de auteur eerder: Shoot to Kill (2014), Heads You Die (2016) en Strike Lightning (2016). Cole nam in 2013 het stokje over van Charlie Higson die van 2005 tot en met 2008 verantwoordelijk was voor de eerste vijf Young Bonds.

In tegenstelling tot de Bond-boeken van Higson zijn die van Cole niet in een Nederlandse vertaling verschenen. Evenals het laatste volwassen Bond-boek Trigger Mortis (2015) van Anthony Horowitz. De laatste vertaling in ons land is Solo van William Boyd uit 2013.

Het lijkt erop dat de Nederlandse uitgeverijen geen vertrouwen meer hebben in James Bond. Jammer.

woensdag 14 september 2016

Oeuvreprijs voor John Cleese

John Cleese heeft gisteren in Berlijn een Gouden Roos in ontvangst genomen, een oeuvreprijs van de European Broadcasting Union (EBU). "Ik heb geen idee wat deze Rose d'Or precies inhoudt, maar op deze manier kan ik mijn vierde, en laatste, vrouw Berlijn een keertje laten zien. En alles wordt betaald!"


De 76-jarige komiek is blij met de prijs, omdat hij er naar eigen zeggen nog niet zoveel heeft. "Komieken worden niet zo gerespecteerd als andere acteurs. Charlie Chaplin heeft bijvoorbeeld nooit een Oscar gekregen."

Over Cleese is bekend dat hij ondanks zijn grote successen nog steeds moet werken voor zijn geld. Hij heeft de afgelopen jaren miljoenen aan alimentatie betaald aan zijn drie ex-vrouwen.

John Cleese werd eind jaren 60 bekend als lid van Monty Python’s Flying Circus. Naast het absurdistische sketchprogramma, maakte het gezelschap ook drie succesvolle films: Monty Python and the Holy Grail, Monty Python's Life of Brian en Monty Python's The Meaning of Life.



Met zijn toenmalige echtgenote Connie Booth maakte Cleese vanaf midden jaren 70 de tv-serie Fawlty Towers, waarin hij de neurotische hotelier Basil Fawlty speelt. Zijn vrouw speelt het kamermeisje Polly.

Andrew Sachs, John Cleese, Connie Booth en Prunella Scales in Fawlty Towers

Verder was Cleese te zien in onder meer het door hemzelf geschreven A Fish Called Wanda (1988), waarvoor medespeler Kevin Kline een Oscar ontving uit handen van Sean Connery, Roger Moore en Michael Caine.



Eind jaren 90 werd Cleese aangetrokken om Desmond Llewelyn op te volgens als Q in de James Bond-films. Het bleef echter bij de The World Is Not Enough (1999) en Die Another Day (2002).

Met Pierce Brosnan in Die Another Day (2002)

Nadat Pierce Brosnan vertrok als 007, werd Q in de komende films met Daniel Craig genegeerd. Een 'humorloze James Bond', volgens Cleese. Pas in Skyfall (20012) duikt het karakter weer op in de veel jongere gedaante van Ben Whishaw.

Bron: NOS

dinsdag 13 september 2016

Nieuwe lijn James Bond-figuren

Big Chief Ltd. gaat een lijn met James Bond-figuren uitgeven. Waarschijnlijk iets in de stijl van Sideshow van jaren geleden. Vandaag publiceerde de poppetjesfabriek de aankondiging online.


De aftrap begint met beeltenissen van Sean Connery als James Bond, Gert Fröbe als Goldfinger en Harold Sakata als Oddjob uit de beroemde Bond-film uit 1964. James Bond zal gekleed gaan in zijn grijze driedelig kostuum.

In eerste instantie zal het bedrijf zich met name richten op de karakters uit de vroege films met Connery. Daarna zullen latere films aan bod komen.

We melden het wel weer als er wat te zien is.

You only live twice, Mr. Bond

Honderd jaar Roald Dahl


Bij de naam Roald Dahl denkt niet iedereen gelijk aan James Bond. Terecht natuurlijk. Sjakie, Matilda, Daantje, heksen en griezels, fantastische vossen en vriendelijke reuzen. Ze zijn allemaal kleurrijker dan 007 ooit zal zijn. Maar toch heeft Dahl een wezenlijke bijdrage geleverd aan de James Bond-films.


Hij gooide bijna alle het bronmateriaal van Ian Fleming weg en creëerde van You Only Live Twice een compleet nieuw verhaal. Je moet maar durven. Uit dat vaatje zouden de filmmakers jaren later nog veel vaker gaan tappen. Zonder Dahl, dat wel. Het bleef bij één Bond-film én Chitty Chitty Bang Bang.

Het zal niemand zijn ontgaan, vandaag zou de schrijver van gruwelijke kinderboeken, en van één van de meest fantastische Bond-films, honderd jaar geworden zijn.


Roald Dahl en Ian Fleming. Ze kenden elkaar. Een foto van de heren samen is echter niet bekend, helaas. Beiden werkten in de oorlog voor de Britse veiligheidsdienst. Ze hadden allebei een voorkeur voor vrouwen, drank en gokken. En beiden een passie voor schrijven.

Fleming zou het spionnenverhaal schrijven dat alle andere spionnenverhalen overbodig zou maken. Dahl schreef korte verhalen over zijn tijd als RAF-gevechtspiloot. Geen van tweeën had kunnen vermoeden dat hun namen na honderd jaar nog steeds genoemd zouden worden.

Sprookjesschrijvers werden ze. De ene verzon fantastische verhalen voor volwassenen, de andere voor kinderen.

Fleming op de set van Goldfinger
Na de eerste James Bond-verfilming Dr. No (1962) bleek dat de geheim agent op het witte doek naar meer smaakte. De avonturen van 007 bleken een goudmijn en al gauw groeide Bond uit tot een fenomeen. Flemings verkoopcijfers schoten omhoog, maar voor hij hier goed en wel van kon genieten, overleed de auteur op 56-jarige leeftijd. De voltooiing van de film Goldfinger (1964) heeft hij niet meer mee mogen maken.

Met de derde Bond-film hadden de filmmakers de formule pas echt goed in de vingers. Op deze manier, met veel humor en spanning, konden ze nog jaren verder. Het mocht allemaal wat uitbundiger. De avonturen van Bond werden alleen maar groter en groter.

Bij de vijfde film, You Only Live Twice (1967), was het de filmmakers redelijk in de bol geslagen. Een eerste versie van Harold Jack Bloom viel niet in de smaak, Broccoli en Saltzman klopten daarom aan bij de fantasie van Roald Dahl.

Roald Dahl te midden van Bond-producenten Broccoli en Saltzman

Dahl vond het gelijknamige boek van Fleming het minste werk van de Bond-auteur, beschrijft hij in Playboy Magazine van 1967. Behalve een prachtige titel, de locatie Japan en een aantal personages, liet hij weinig over van het origineel. De filmmakers waren er al achter dat de zelfmoordtuin van Dr. Shatterhand niets voor de film was. Daarbij konden ze aan de kust van Japan geen enkel kasteel vinden, zoals Fleming had beschreven. Wat ze wel vonden: vulkanen. En daar begon de fantasie van de filmmakers te borrelen.

Ken Adams beroemde vulkaanset

Dahls script van You Only Live Twice 
gedateerd op 17 juni 1966
Production designer Ken Adam wist Broccoli en Saltzman ervan te overtuigen dat hij het voor één miljoen dollar voor elkaar kon krijgen. De grootste set, tot dan toe, van de James Bond-films werd een feit. Dahl kon zijn fantasie met de uitgeholde vulkaan de vrije loop laten, als hij zich maar aan de volgende standaard hield: Bond bleef Bond, punt. Er moesten drie vrouwen in voor komen: eentje pro-Bond die halverwege dood moet, eentje anti-Bond die ook op spectaculaire wijze moet worden opgeruimd en eentje pro waarmee hij het tot einde zou volhouden.

Met dit uitgangspunt begon Dahl in sneltreinvaart te schrijven. Er was haast geboden. De film moest de volgende zomer in première.


Uitgebreide making of van You Only Live Twice uit 1967, Roald Dahl komt op 18:27 aan het woord

De door Lewis Gilbert geregisseerde Bond-film werd een wereldhit. Sean Connery had er duidelijk geen trek meer in, maar dat donderde niet, het decor voerde de boventoon. De ene iconische scène volgende de andere op. Daarmee is You Only Live Twice, met dank aan de fantastische meneer Dahl, een voltreffer van formaat.

Kort daarop werd Roald Dahl opnieuw aangetrokken door Cubby Broccoli. Ditmaal om een heel ander verhaal van Fleming voor film te bewerken: Chitty Chitty Bang Bang (1968). Dahl bedacht de angstaanjagende Child Catcher die in het origineel van Fleming niet voorkomt.

Robert Helpmann als de Child Catcher in Chitty Chitty Bang Bang

Echter was Broccoli ontevreden met wat de schrijver hem aanleverde. Regisseur Ken Hughes en Bond-scenarist Richard Maibaum, die bij hoge uitzondering niet betrokken was bij You Only Live Twice, moesten de boel redden. Dahl werd niet uitgenodigd voor de koninklijke première en daarmee eindige na twee producties de samenwerking met Broccoli.

Het zal Dahl verder worst geweest zijn. Met You Only Live Twice heeft hij een succesvol hoofdstuk aan de Bond-saga toegevoegd, de boeken die hij daarna nog zou schrijven werden niet minder populair.

Roald Dahl overleed op 22 november 1990. In het NRC van 24 november was deze necrologie te lezen:

Brompot solidair met kinderen 

Door BREGJE BOONSTRA

Roald Dahl is dood. Gisteren heeft zijn altijd gepijnigde lijf — nadat zijn vliegtuig in de oorlog neerstortte, werd hij zesmaal geopereerd — het opgegeven. Hij is 74 jaar geworden.




NOS Laat liet oude beelden zien van de morsige 'schrijfhut' in Dahls tuin. In bretels en een flodderig poloshirt installeert de beroemdste kinderboekenschrijver van deze tijd zich in een soort Waterlooplein-crapaud, de lange benen uitgestrekt op een stokoude, op de grond gemonteerde koffer, een kartonnen koker dwars over de armleuningen en daarop de schrijfplank in de juiste helling. Zorgzaam schuiert hij het groene vilt, spreidt de gele vellen, slijpt de gele potloden en peinst. Zo is het dertig jaar gegaan.

Daar zijn ze bedacht: straatarme, engelachtige Sjakie, de slimme meneer Vos, Daantje en zijn supervader, het weerzinwekkende echtpaar Griezel, de kinderhatende heksen, het leeswonder Mathilda, de sadistische juffrouw Bulstronk en Dahls mooiste schepping: de Grote Vriendelijke Reus. En ongeveer overal ter wereld hebben kinderen die wonderlijke, grappige, griezelige en soms knap onvriendelijke verzinsels met open armen ontvangen. Sjakie en de chocoladefabriek ging in ruim 5 miljoen exemplaren de aardbol over — waarvan 2 miljoen naar China — en van Mathilda werd een pocketoplage van een half miljoen gemaakt.




Vooral in ons land genoot Dahl de laatste tien jaar een populariteit, die door geen enkele andere schrijver werd geëvenaard. De volwassen beroepslezers kenden hem vijfmaal een Zilveren Griffel toe, maar vooral de kinderen zelf kunnen niet genoeg van hem krijgen. Op de in 1988 door de Bijenkorf gepubliceerde Jeugdboeken Top 100 Allertijden zijn de plaatsen één, drie, acht en tien voor Dahl-titels.

De echte pedagogische bezorgdheid en verontwaardiging heeft bij ons nooit zo geklonken als bijvoorbeeld in Engeland: „Dahl caters to the streak of sadism in children which are not yet experienced enough to know what sadism is". Dahl kwam hier dan ook graag om zijn narrige, besliste uitspraken over van alles en nog wat te doen, en om handtekeningen uit te delen — principieel alleen aan kinderen — bij welke gelegenheid soms een halve binnenstad verstopt raakte.




Hoewel Roald Dahl een groot aantal knappe en bizarre verhalen voor volwassenen schreef, gebundeld in onder andere M'n liefje, m'n duifje en Op weg naar de hemel heeft hij zijn echte bekendheid te danken aan zijn werk voor jonge lezers. Zelf zag hij als groot voordeel dat je in een kinderboek fantasie kunt gebruiken. En die had hij nodig om zijn eigen realiteit te ontvluchten.

Daarin gebeurden vreselijke dingen: geslagen en vernederd op kostschool, het vliegtuigongeluk, een dochtertje dat overleed aan de mazelen, een zoontje dat als baby met zijn hoofd tussen een dichtslaande taxideur kwam, zijn vrouw die een hersenbloeding kreeg. Met ijzeren wil ging de schrijver de moeilijkheden te lijf, leerde zijn vrouw weer praten, ontwikkelde met de medische wereld een apparaat om te voorkomen dat zijn zoon een waterhoofd kreeg en verdroeg zijn eigen pijn. In al zijn werk klinkt ergens een echo van dit bestaan door.




Hij was een man van controversiële standpunten: tegen de staat Israël, tegen De duivelsverzen van Rushdie en vóór de oorlog, want die houdt de jeugd van de straat.

Toen ik hem vijf jaar geleden interviewde, heb ik flink moeten slikken. Ik verwachtte een spitse oude kindervriend, maar trof een zure, conservatieve brompot. Thuisgekomen las ik snel een aantal van zijn boeken opnieuw en wist weer waar het om ging: een schrijver die kinderen als de Rattenvanger van Hamelen naar zijn fantastisch verhalenrijk weet te lokken. Wat daar gebeurt is opwindend, vreemd, lachwekkend en onvoorspelbaar. Het gaat altijd over goed en kwaad en de slechteriken delven onveranderlijk het onderspit nadat zij zich eerst lekker hebben mogen uitleven.




Door de onder kinderboekenschrijvers zeldzame combinatie van kwaliteit en toegankelijkheid heeft Dahl veel kinderen tot het boek verleid die niet van huis uit de aanvechting tot lezen hadden. Dat is een niet hoog genoeg te schatten prestatie. Bovendien klinkt onder alle onzin, grappen en taalvirtuositeit een grondtoon door van oprechte verontwaardiging over de machtsongelijkheid tussen kinderen en volwassenen.

Daarom creëerde hij helden als Sjakie, Mathilda en het weeskind Sofie die het opnemen tegen absurd wrede, autoritaire en kleinerende grote mensen. Misschien schuilt in deze solidariteit het echte geheim van Dahls schrijverschap voor kinderen.